|
Benjamin Creme, kunstschilder en esotericus, geboren in 1922 in Schotland, is een van de voornaamste bronnen van informatie over het naar buiten treden van Maitreya, de wereldleraar. Creme is getrouwd, heeft drie volwassen kinderen en woont in Londen.
Introductie
Al sinds zijn vroege jeugd heeft Benjamin Creme belangstelling voor
esoterische filosofie. In 1959 ontving hij, tot zijn eigen grote verbazing, voor het eerst een
telepathische boodschap van zijn meester, een lid van de Geestelijke Hiërarchie van meesters van
wijsheid.
Niet lang daarna werd hem meegedeeld dat Maitreya binnen 20 jaar zou terugkeren en dat hij in
dat proces een actieve rol kon vervullen, als hij dat wilde.
In 1972 begon een periode van intensieve training onder leiding van zijn meester, waardoor
Cremes telepatische contact met zijn meester continu en direct werd. Deze relatie geeft hem niet
alleen toegang tot actuele informatie over de voortgang in Maitreya's naar buiten treden, maar
ook de vereiste overtuiging om die informatie aan een sceptische wereld te verstrekken via
lezingentournees door West- en Oost-Europa, de VS, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en
Mexico.
Benjamin Cremes boeken zijn door groepen over de hele wereld in vele talen vertaald en
uitgegeven. Hij is tevens een van de twee hoofdredacteuren van het maandblad Share
International, dat in meer dan 70 landen wordt gelezen.
Creme vraagt geen geld voor deze werkzaamheden en doet geen uitspraken over zijn eigen
geestelijke status.
"Mijn taak is", zegt Creme, "om de eerste stap naar het publiek te zetten, om te helpen een
klimaat van hoop en verwachting te scheppen, waarin de Christus, Maitreya, naar voren kan treden
zonder onze vrije wil aan te tasten."
In de inleiding van zijn eerste boek 'De wederverschijning van de Christus en de meesters van wijsheid' schrijft hij: "Sinds jaren probeer ik toehoorders te vinden, die willen luisteren naar mijn overtuiging, dat diegene die wij in onze cultuur de Christus noemen op dit moment onder ons leeft als een volwassen man en dat zijn aanwezigheid binnenkort een algemeen bekend en aanvaard feit zal zijn. Als ik nu probeer ook in een boek aandacht voor deze stelling te vinden, ontkom ik er, vrees ik, niet aan, om het een en ander te vertellen over mijzelf. Het ligt immers voor de hand, en bij mijn lezingen blijkt dat steeds weer, dat men weten wil welke gebeurtenissen er toe hebben geleid, dat ik het werk doe waar ik nu mee bezig ben. Tot mijn spijt kan ik daar echter geen volledig antwoord op geven. Ik moet mij houden aan ongeschreven wetten, die terughoudendheid gebieden ten aanzien van sommige elementen in de verhouding tussen meester en discipel. Plechtig heb ik moeten beloven te zullen zwijgen over bepaalde werkzaamheden, die ik in de afgelopen jaren heb verricht. Dit is niet om het werk te overgieten met een geheimzinnig sausje, maar omdat het eenvoudig niet anders kan: niet alles leent zich voor openbare discussie. Daarom zal ik mij beperken tot een aantal feiten uit mijn eigen leven, die verband houden met mijn activiteiten voor de meesters.
Mijn hoop is vooral, dat ik hierdoor wat aannemelijker zal kunnen maken dat Maitreya de Christus inderdaad fysiek onder ons verblijft en bezig is aan een grootse missie, zij het op een andere manier dan velen wellicht zouden veronderstellen. Ik voeg hier onmiddellijk aan toe, dat dit voor mij een volstrekt vaststaand feit is, maar dat ik er geheel tevreden mee ben als u mijn verhaal wilt beschouwen als een hypothese: het is geheel aan u te beslissen welke waarde u eraan toekent.
Creme's vroege jeugd
Als ik in mijn herinnering duik, komt het beeld naar boven van mezelf als jongetje van een jaar of vier, vijf, zittend voor het raam en naar buiten starend. Het was een van mijn geliefde bezigheden om naar de wind te kijken. Niet naar de bewegingen van de wind in bomen en bladeren, maar naar de wind zelf. Kijkend naar de bewegingen van de lucht, probeerde ik te raden of de wind uit noord, zuid, oost of west woei. Dat vermogen behield ik niet lang. Op school werd me bijgebracht dat de wind onzichtbaar is en al gauw verloor ik dan ook de gave om datgene te zien wat, naar ik nu weet, etherische stof van een of ander niveau was. Of ik geleidelijk of plotseling 'blind' werd voor deze ijlere niveaus van materie herinner ik me niet meer.
Etherische energie
Voor veel mensen is dit misschien een merkwaardige gedachte, maar er bestaan daadwerkelijk meer stoffelijke gebieden dan we doorgaans aannemen. Naast de drie stoffelijke niveaus die we allemaal kennen (vaste stof, vloeistof en gassen), bestaan er nog vier gebieden van ijlere stof, onzichtbaar voor de meesten maar niet voor iedereen. Deze stof vormt de etherische omhulling van onze planeet en de dichte stoffelijke niveaus zijn daarvan de neerslag. Dat er stoffelijke niveaus zijn, die zich meestal aan de waarneming door onze zintuigen onttrekken, is overigens geen uniek verschijnsel. Er zijn tenslotte ook geluiden die gewoonlijk niet worden opgevangen door het menselijk oor en er zijn kleuren die aan ons oog ontsnappen.
Bij mij was het al niet anders. Na die kortstondige ervaringen in mijn kleuterjaren heb ik zo'n 20 jaar moeten wachten voor ik me weer bewust werd van deze oceaan van energie, waarvan we zelf deel uitmaken. De hernieuwde kennismaking kwam tot stand toen ik de orgon-accumulator van de geleerde Wilhelm Reich nabouwde en gebruikte: ik werd mij definitief bewust van het bestaan van de etherische gebieden. In de tussentijd had ik wel altijd een grote aantrekkingskracht voelen uitgaan van wat bekend staat als 'het occulte' of het 'esoterische'. Zo las ik op mijn veertiende jaar het boek van de ontdekkingsreizigster Alexandra David-Neel, 'Mystiek en magie in Tibet'. Met zeldzame moed, doorzettingsvermogen en vindingrijkheid slaagde zij erin, vermomd als Lama, de verboden gebieden van het mysterieuze Tibet binnen te dringen. Ze kreeg zelfs toestemming om er te blijven. Veertien jaar lang bestudeerde ze er, als leerling van een Lama, de religie en de occulte kennis van het land. In haar boek beschrijft ze sommige esoterische praktijken. Enkele daarvan leerde ze zelf beheersen. Alexandra David-Neel, die tussen haar vele reizen door ook werkzaam was als hoogleraar, maakte zich bijvoorbeeld het vermogen eigen om via haar denkkracht een geest te scheppen: een joviale, dikke monnik, die zich al gauw aan haar leiding onttrok en gedematerialiseerd moest worden. Dergelijke praktijken vereisen uiteraard een hoge graad van concentratiekracht en een grote controle over het denkvermogen en ik boekte op die leeftijd dan ook weinig succes in mijn pogingen haar te imiteren. Net zomin als ik wat bereikte met toemo, een techniek om door concentratie hitte op te wekken in koud water.
Het gebruik van de orgon-accumulator en de bestudering van het werk van Wilhelm Reich maakten mij aan het eind van de jaren veertig zeer gevoelig voor energiestromen. Als er in de Stille Oceaan of waar dan ook een atoombom tot ontploffing werd gebracht (er werd nogal wat geoefend in die tijd), ontsnapte dat niet aan mijn waarnemingen. Op een afstand van duizenden kilometers signaleerde ik de verschuivingen, die in de etherische stromen optraden als gevolg van de ontploffingen. Een dag of twee na zo'n constatering kwam er prompt een nieuwsbericht, dat Amerika, Rusland of Engeland een proef had genomen.
Begin 1950 kreeg ik bij toeval Rolf Alexanders boek 'The power of the mind' in handen. Het tijdschrift-artikel dat mijn aandacht erop vestigde, ging natuurlijk grotendeels over het meest sensationele deel van het boek, waarin Alexander de mogelijkheid beschrijft om door pure gedachtenkracht wolken te laten verdwijnen. Het boek van deze Canadees heeft echter wel meer te bieden. Geen wonder, want de schrijver was naar Tibet geroepen om daar onderricht te worden door een Tibetaanse yogi-meester. In zijn boek legt hij een techniek uit om het instinctieve, onderbewuste onder rechtstreekse controle te brengen van het bewuste. We verspillen nodeloos veel energie doordat ons bewuste denken wordt versplinterd en uitgeput door de activiteiten van het onderbewuste. Dat proces kan worden doorbroken via een methode van zelfhypnose. Bevrijding van het bewuste uit de omstrengeling van het onbewuste leidt tot het vrijkomen van grote hoeveelheden mentale energie. Deze krachtbron maakt het mogelijk om die concentratie en 'eenpuntigheid' te bereiken, die aan echte meditatie voorafgaan. Langs deze weg begon ik te mediteren.
De esoterie
En ik begon te lezen. De theosofische werken van H.P. Blavatsky en Leadbeater; Swami Vivekananda, Sivananda, Patanjali en Yogananda; de boeken van Gurdjieff, Ouspensky, Nicoll en Paul Brunton; de Alice Bailey-leringen en de boeken over Agni Yoga.
Vooral ook het werk van Sri Ramana Maharshi, wiens pad van
zelfkennis ik probeerde te volgen. Het was via de door hem aanbevolen meditatiemethode (het
stelselmatig antwoord proberen te vinden op de kernvraag Wie ben ik?; dankzij mijn meester ken
ik nu het antwoord), dat ik mezelf één begon te voelen met de hele wereld der verschijnselen: de
aarde, de lucht, de huizen en de mensen, de bomen, de vogels en de wolken. Ik was niet langer
een afgescheiden wezen, hoewel ik me toch volledig van mezelf bewust bleef, maar dan met een
allesomvattend bewustzijn. Ik zag in, dat dit de echte werkelijkheid was. Een werkelijkheid die
gewoonlijk wordt verduisterd door ons normale waakbewustzijn, en het is onze hardnekkige
gewoonte om ons te identificeren met het lichaam, die hieraan ten grondslag ligt. Ook kwam ik
erachter, dat deze wereld der verschijnselen een soort ritueel is, een geritualiseerd
schimmenspel, waarin een droom of verlangen tot uitdrukking wordt gebracht van datgene wat
werkelijk bestaat: het enige echte dat, in diepste wezen, niet anders is dan ikzelf.
Bij een van de transmissies, het was nog 1959, werd me gezegd, dat ik de bandrecorder af moest zetten. Daarna volgde een verhandeling van Maitreya de Christus, de leider van onze planetaire Hiërarchie. Hij sprak over zijn op handen zijnde wederverschijning. Dat was voor mij onthutsende informatie. Tot op dat moment had ik verondersteld, dat de wereldleraar te verwachten was van een van de hogere planeten, bijvoorbeeld Venus. De informatie van Maitreya, dat hij 'gewoon' op aarde leefde (in een geestelijk centrum in de Himalaya) en dat hij van daaruit binnen afzienbare tijd zijn plaats onder ons zou innemen, bracht me volledig in de war. Bij de transmissie vlak daarna knoopte mijn meester aan de nieuw verworven kennis een zinnetje vast dat, naar ik nu besef, al vooruitliep op mijn huidige taak. Hij zei: 'De tijd zal komen dat van jou wordt verwacht tot actie over te gaan.' En bij een andere boodschap kreeg ik te horen: 'Bevestig zijn komst.'
Eerlijk gezegd kan ik niet beweren dat ik deze aanmaningen ter harte nam en dat ik daarom nu voorbereidend werk doe voor de Christus. Volgens opdracht borg ik de tapes op en het duurde zeventien jaar voor ik ze weer te voorschijn moest halen. Eigenlijk dacht ik er niet eens meer over na en er was een krachtige druk van de meester voor nodig voor hij me uiteindelijk aan het werk kreeg. Hij sloeg toe tegen het einde van 1972. Ik zat toen nogal in de put en als ik ooit iets had verwacht dan toch zeker niet op dat moment. De meester nam echter mijn training op zich en ik kreeg het zwaar te verduren: er volgde een periode van ontluistering en ontgoocheling, die me geschikt moest maken voor het werk dat ik nu doe. Maanden achtereen werkten we 24 uur per etmaal samen, waardoor de telepathische band tussen ons onophoudelijk werd verdiept en versterkt. Ten slotte was ik zo ver gevorderd, dat het contact in twee richtingen werkte, terwijl mijn meester daarbij maar een minimum van zijn aandacht en energie hoefde te gebruiken. In feite smeedde hij in die trainingstijd een instrument waar hij doorheen kan werken. Een instrument dat kan reageren op de geringste impuls van zijn kant. Dat kon uiteraard alleen plaatsvinden met mijn volledige medewerking en zonder dat er ook maar de geringste inbreuk op mijn vrije wil werd gedaan; het is een onschendbare wet dat aan het principe van vrije wil nooit getornd wordt.
Sindsdien is de situatie zo, dat de meester alles hoort en ziet wat ik hoor en zie. Op ieder moment dat hij dat wil, is mijn blik of mijn aanraking tevens de zijne. Op die manier heeft hij een soort uitkijkpost naar de wereld. Je kunt zeggen dat de meester in mijn persoon een voorpost van zijn bewustzijn heeft. Dat wil bijvoorbeeld zeggen, dat hij kan genezen en lesgeven via mij. Hij bevindt zich, om zo te zeggen, in een stoffelijk lichaam, terwijl hijzelf duizenden kilometers verwijderd is; ik hoop dat deze constructie een beetje begrijpelijk is. Ik wil hiermee vooral niet de indruk wekken, dat ik als voorpost van een meester een unicum ben. Hoe zeldzaam deze situatie is weet ik niet, maar ik ben er vast van overtuigd dat ik niet de enige ben. Een dergelijke relatie hoort thuis in een bepaalde fase van de verhouding tussen meester en discipel.
U zult gemerkt hebben dat ik, anders dan bij Maitreya de wereldleraar, niet de naam heb genoemd van mijn eigen meester. Zelfs de andere leden van de groep met wie ik samenwerk en door wie de meester werkt, kennen zijn naam niet. Ik volg hiermee een verzoek van de meester op. Hij gaf me er twee motieven voor (misschien zijn er wel meer) en uiteraard eerbiedig ik zijn wens. Wat ik wel kan zeggen is, dat hij een van de oudere leden van de Hiërarchie is, een meester van wijsheid met een onder esoterici in het westen algemeen bekende naam. Tot mijn spijt kan ik evenmin ingaan op de gebeurtenissen die mij persoonlijk de volstrekte zekerheid hebben gegeven, dat al die buitengewone dingen waarover ik praat op waarheid berusten. U zult het moeten stellen met twee heel kleine voorvallen, die kunnen illustreren met welk een liefdevolle bemoeienis en humor de meesters hun macht gebruiken, ook over immense afstanden.
Begin 1973 maakte ik een periode door van intensieve voorbereiding en training. Ik rookte kleine sigaartjes die verpakt waren in platte blikken doosjes. Herhaaldelijk had de meester er al op aangedrongen, dat ik zou stoppen met het roken van die 'smerige onkruiden', zoals hij ze noemde. Zijn methode om me daarbij een handje te helpen was een meditatie of oefening op te geven, zodra ik van plan was er één aan te steken. Op een dag was ik bezig me om te kleden voor een bezoek en ik legde een doosje sigaartjes op bed om mee te nemen. Toen ik even later wilde vertrekken was het verdwenen. Ik wist precies waar ik het sigarendoosje had gelegd, maar wat doe je in zo'n geval? Ik zocht dus de hele kamer af, zonder resultaat. Ondertussen vroeg ik een paar keer aan de meester of hij soms wist waar ze gebleven waren, maar hij verzekerde me plechtig onschuldig te zijn. Hij had wel belangrijker dingen te doen met zijn tijd en energie, liet hij me weten. Wel, ik dacht en denk er het mijne van. Voor mij staat vast, dat hij me opnieuw bijstond in mijn met tegenzin gevoerde strijd tegen die 'smerige onkruiden' door het hele blikje te laten verdwijnen. Tot mijn schande moet ik zeggen, dat ik in mijn hardnekkigheid onderweg een ander blik heb gekocht.
Twee en een half jaar geleden was de meester betrokken bij een incidentje rond een vogel. Elk jaar krijgen wij bezoek van een groot aantal gierzwaluwen, die de hele dag voor ons raam duikelen en cirkelen en die onder de dakgoot hun nest bouwen. Op een vroege zomerochtend vloog een van die prachtige vogels het open slaapkamerraam binnen, dwars door de dichte jalouzie. Met een plof kwam het dier terecht op een groot blik vloerwas, dat onder het raam stond. De klap kwam zo hard aan, dat het handvat en de bovenkant van het blik beschadigd waren. Het dier had het behoorlijk te kwaad. Met een starende blik in zijn ogen lag het te hijgen en zijn grote vleugels lagen scheef naast hem. De meester vroeg mij om intens, maar toch voorzichtig naar de vogel te kijken en meteen voelde ik zijn energie uit mijn ogen stromen. De vogel kwam plotseling tot rust en deed zijn ogen dicht. De meester verzekerde me, dat de vogel geen botten had gebroken, maar dat hij wel ernstige kneuzingen had en in shock was. Hij zei dat ik de jalouzieën wat moest optrekken en gewoon kon gaan ontbijten. Toen ik een half uurtje later weer kwam kijken, was de vogel weg, genezen en wel verdwenen in de ochtendlucht. Deze twee kleine gebeurtenissen wekken misschien de verbazing van diegenen, die zich de uitspraak herinneren van de meester Djwhal Khul, dat de meesters geen belangstelling hebben voor het persoonlijke leven van discipelen en zich er ook niet mee inlaten. In het algemeen is dit denk ik wel juist, maar ik ben er evenzeer van overtuigd dat er uitzonderingen op de regel bestaan. Het hangt er helemaal van af welk soort contact de meester probeert op te bouwen, de mate van vertrouwen die hij probeert te krijgen en de karmische verhouding die er bestaat tussen hem en de discipel.
In maart 1974 kreeg ik van de meester een lijst met de namen van veertien mensen, die ik bij me thuis moest uitnodigen voor een gesprek over 'meditatie en aanverwante onderwerpen'. Ze kwamen allemaal. Ik sprak met hen over de Hiërarchie van meesters en over meditatie als middel om contact met je ziel te bereiken. In opdracht van de meester stelde ik voor, dat ze mee zouden doen aan een occulte meditatie in groepsverband. Dat zou gebeuren onder leiding van een meester van wijsheid en de groepsleden zouden daarbij fungeren als doorgevers van de energieën van de Hiërarchie. Op die manier zouden we een verbindingsgroep kunnen vormen tussen de Hiërarchie en de discipelen in het veld. Om te laten zien wat de bedoeling was, gaf de meester een korte transmissie. Twaalf van de veertien zeiden ja, de twee anderen hadden het gevoel nog niet klaar te zijn voor dit werk. Nog in diezelfde maand begonnen we in groepsverband met het doorgeven van de geestelijke krachten. In het begin kwamen we twee keer per week bij elkaar, gedurende anderhalf à twee uur. Natuurlijk kwam de vraag aan de orde of we de groep een naam moesten geven, maar in opdracht van de meester deden we dat niet. Evenmin moesten we proberen een formele organisatie op te bouwen of bestuursleden te benoemen. In ieder opzicht bleek het ongewenst om een omheining op te bouwen rond onze ideeën; we moesten een maximale openheid zien te handhaven. In deze periode kreeg ik ook de opdracht om, met behulp van een door de meester gegeven blauwdruk, een tetraëder te bouwen, die we moesten gebruiken bij het werk en die ook diensten zou verrichten bij het genezen. Het apparaat is gebaseerd op het principe dat bepaalde stereometrische vormen bepaalde energieën uitstralen. Het is in dit verband interessant eens na te gaan hoe het zit met de piramide. De aard en de energetische eigenschappen van deze bouwwerken worden, zoals u weet, druk bestudeerd.
Eens zal duidelijk worden, dat de grote piramide van Gizeh een Atlantisch instrument was dat ook zijn kracht ontleende aan zijn specifieke vorm. De Atlantische mens bevond zich in een evolutiefase, waarin het astraal-emotionele lichaam (of voertuig) moest worden geperfectioneerd. Wanneer nu een piramide wordt gericht op de noord- en zuidpool, worden er door de piramidevorm energieën aangetrokken vanuit de etherische en astrale gebieden.
Het doorgeven van deze energieën was bestemd voor de bewoners van een grote stad, die momenteel verborgen ligt onder het zand bij de piramide en de Sfinx. Op aanwijzingen van de meesters zal deze stad in de toekomst weer worden opgegraven, waarmee ook weer bewijs zal worden geleverd van de uitzonderlijke kennis waarover de meesters beschikken.
Het huidige mensenras (het vijfde wortelras, of Arische ras) heeft tot doel het perfectioneren van het mentale voertuig. Hierbij speelt het door mij gebouwde apparaat, een tetraeder, een rol. De tetraëder, een regelmatig viervlak, trekt automatisch energie aan van de mentale gebieden als hij in de noord-zuid-richting wordt opgesteld en geeft die energieen vervolgens door. De constructie (kwartskristal, magneten, gouden en zilveren schijven en draden) is van dien aard, dat de energien van de Hierarchie worden geconcentreerd en bekrachtigd. Via de groep worden de energieën dan doorgegeven. Zijn de energieën eenmaal getransformeerd naar de lagere mentale gebieden, dan kunnen ze gemakkelijker door de meeste mensen worden opgevangen. De Hierarchische energieën, die gewoonlijk vanuit het boeddhische gebied stromen (het gebied van de geestelijke intuitie) zouden, zonder te zijn getransformeerd, eenvoudig 'afketsen' op het merendeel van de mensen en het effect zou dan ook maar beperkt blijven. Dit verklaart waarom de Hierarchie transmissiegroepen nodig heeft. Onze groep in Engeland is bij lange na niet de enige, die op deze manier, gebruikmakend van meditatie of gebed, diensten verleent aan het werk van de Hierarchie. Ook in Nederland en elders houden transmissiegroepen wekelijks of meermalen per week bijeenkomsten. In Londen zien wij elkaar voor dat doel nu drie keer per week en we geven dan energieën door gedurende vier tot soms wel acht uur achter elkaar. Het is duidelijk, dat alleen de meest toegewijden zo'n programma volhouden en daardoor is de groep al die tijd rond de twaalf personen blijven schommelen, onder wie nog maar vier man van de oorspronkelijke bezetting. Daarnaast geven we regelmatig openbare lezingen in Londen. Ook dan wordt energie doorgegeven en het publiek wordt uitgenodigd daaraan deel te nemen.
In juni 1974 begon een reeks van transmissies en 'overschaduwingen' door Maitreya zelf met het doel ons te inspireren en op de hoogte te houden van het verloop van zijn naar buiten treden. Hij gaf ons zo het voorrecht om geinformeerd te blijven over de geleidelijke schepping en vervolmaking van zijn lichaam van manifestatie, het mayavirupa. Maitreya de Christus, wiens eigen licht-lichaam nu in de Himalaya te rusten ligt, moest zich namelijk via een buitengewoon proces een lichaam creëren, dat onder meer in staat moest zijn om de trillingen van ons leefmilieu gedurende lange tijd te kunnen weerstaan en tegelijkertijd de noodzakelijke verbindingen te onderhouden met de hogere geestelijke gebieden.
Aanvankelijk konden we met al deze bezigheden nog aardig op de achtergrond blijven. Wel hielden we, bij elke volle maan, open bijeenkomsten waar belangstellende vrienden van de leden ook welkom waren, maar verder bleven we nog buiten schot. Toch dreigde er wel iets. Tegen het eind van 1974 zei de meester meer dan eens, dat ik eigenlijk beter alles in het openbaar kon gaan vertellen. "Het heeft weinig zin deze informatie alleen door te geven aan die twintig mensen die hier zijn", argumenteerde hij. Ik zag het werkelijk niet zitten en vroeg hem met klem om niet in het openbaar te hoeven optreden, waar ik als een berg tegen op zag. Dan verzekerde hij me, dat het maar een grapje van hem was en ik haalde weer even opgelucht adem.
Creme geeft over de hele wereld lezingen
Dat veranderde in januari 1975. Hij gaf me een massa informatie over de uitwerking van het hele plan en droeg me op daarmee voor het voetlicht van de publieke belangstelling te treden. Ik moest me om te beginnen richten op bepaalde groepen. "Vertel ze wat je weet", zei de meester, "we mogen verwachten dat er, door het meer geconcentreerde denkvermogen van een groep, telepatische contacten ontstaan. Wanneer je dan in het openbaar gaat spreken, zal het grote publiek al enigszins voorbereid zijn".
Daar was ik werkelijk niet blij mee. Ik vond het prettig om rustig esoterisch bezig te zijn, in de wetenschap dat ik iets nuttigs om handen had dat niet al te inspannend was en geen al te zware psychische eisen stelde. Heimelijk probeerde ik dat idee van die groepen te laten schieten, totdat wat forsere druk van de meester me tenslotte in beweging bracht. Zo begon ik, voorjaar 1975, brieven te sturen naar zo'n 40 geestelijke groeperingen, waarin ik mezelf aanbood als spreker over "De wederverschijning van de Christus en de meesters van wijsheid". De reacties waren bepaald niet overdonderend, maar op een gegeven moment had ik toch mijn eerste openbare lezing. Ik was erg zenuwachtig, hoewel ik de stof best wel beheerste, maar ik had geen idee van de programmering. De meester was zo vriendelijk me te hulp te schieten. Hij dicteerde een lijst met belangrijke punten en bovendien overschaduwde hij me tijdens de hele toespraak, zodat mijn inbreng eigenlijk te verwaarlozen was.
Vlak voor het einde van de bijeenkomst werd ik plotseling overschaduwd door Maitreya zelf. Mijn hart smolt en ik had grote moeite om mijn stem in bedwang te houden. In mijn denkvermogen kwamen de volgende woorden naar binnen: "Wanneer de Christus weer verschijnt, zal hij zich in het begin niet als zodanig bekendmaken en die hem voorafgaan zullen dat evenmin doen. Maar geleidelijk zullen maatregelen worden getroffen om de mensen duidelijk te maken, dat er een man onder hen leeft met een overweldigend, uitzonderlijk, machtig vermogen om lief te hebben en te dienen, en met een buitengewone breedheid van visie. Overal ter wereld zullen mannen en vrouwen, vanuit hun bewustzijn, aangetrokken worden tot dat centrum in de moderne wereld waar deze man zal wonen. Vanuit dat krachtcentrum zal de ware geest van de Christus uitgaan en die zal de mensen geleidelijk doen voelen dat hij bij ons is. Wie op zijn aanwezigheid en lering kunnen reageren, zullen merken dat zijzelf die liefde, kracht en brede visie enigszins zullen kunnen weerspiegelen en zij zullen de wereld intrekken om het feit van Christus' aanwezigheid bekend te maken, zij zullen de mensen vertellen hun aandacht te richten op dat land van waaruit een bepaalde lering komt. Dit zal binnen een relatief korte tijd gebeuren en het zal leiden tot het beslissende bewijs van de aanwezigheid van de Christus in ons midden. Vanaf dat moment zullen in de wereld veranderingen plaatsgrijpen met een snelheid die zijn weerga niet heeft in de geschiedenis van de aarde. De komende 25 jaar zullen veranderingen optreden, die zo drastisch, zo ingrijpend zijn, dat de wereld geheel ten goede zal zijn veranderd."
Niemand was verbaasder dan ikzelf bij het horen van deze verklaring en pas toen ik de bandopname afdraaide begreep ik ten volle de reikwijdte ervan. In juli 1977 deelde Maitreya zelf ons mee, dat zijn manifestatie-lichaam, de mayavirupa, geheel gereed was en dat zijn lichtlichaam vanaf dat moment te rusten zou liggen in zijn verblijfplaats in de Himalaya. Op 8 juli kregen we te horen, dat de afdaling begonnen was en op dinsdag 19 juli vertelde mijn meester me, dat Maitreya was aangekomen in zijn 'brandpunt': een bekend modern land. Hoewel ik diezelfde avond een lezing zou geven in Friends House (en uiteraard popelde om de informatie door te geven) moest ik voorlopig mijn mond nog even houden. Op vrijdag kreeg ik het groene licht: Maitreya was op die dag, 22 juli, begonnen met zijn missie, nadat hij gedurende drie dagen wat had gerust om te acclimatiseren en dit nieuws mocht ik aan de groep bekend maken. Na de beëindiging van de transmissie bleven een paar leden van de groep volgens de gewoonte nog een kopje thee drinken, mijn vrouw zette de televisie aan, die een goede film te zien gaf, maar ik was er met mijn gedachten totaal niet bij. Op een gegeven moment hield ik het niet langer. Ik zei, dat ik iets belangrijkers te vertellen had: dat de Christus zich op dat zelfde moment in de wereld van alle dag bevond in een stoffelijke aanwezigheid en dat zijn missie daadwerkelijk begonnen was.
Vaak, heel vaak heb ik dit bericht sinds die dag nog aan talrijke toehoorders doorgegeven, maar nooit meer met dat gevoel dat ik op bescheiden wijze deel mocht hebben aan een grote planetaire gebeurtenis. De tranen van vreugde bij de anderen bewezen, dat zij het net zo ondergingen.
Volgende fase: begin september 1977 werd me gezegd om de boodschappen van Maitreya, die mij langs telepathische weg bereiken, vanaf dat moment ook in het openbaar door te geven. Bij wijze van experiment probeerden we op 6 september de gang van zaken uit, ik denk om eens te testen hoe ik zou reageren op zo'n openbare demonstratie van telepathie en overschaduwing. Het lukte en op dit moment zijn er 140 Maitreya-boodschappen in het openbaar doorgekomen. Ter verduidelijking: er is geen sprake van trance of mediumschap van mijn kant, ik vang de boodschappen telepathisch op en geef ze door met mijn eigen stem, die overigens wel wat krachtiger en anders van toon is dan gewoonlijk als gevolg van de overschaduwende energie van Maitreya. De boodschappen worden tegelijkertijd uitgezonden op de astrale en mentale gebieden, waarbij ik de noodzakelijke etherisch-fysieke trilling lever om het mogelijk te maken. Vanuit deze subtiele niveaus bereiken de boodschappen de denkvermogens en de harten van talloze mensen, die zich daardoor geleidelijk bewust worden van de denkbeelden en de aanwezigheid van de Christus. Maitreya geeft zo delen van zijn lering vrij om een sfeer van hoop en verwachting te creëren, een sfeer die er borg voor staat dat hij snel en met vreugde zal worden geaccepteerd en gevolgd.
Alle 140
boodschappen van Maitreya zijn gebundeld
Klik voor meer informatie
Het is werkelijk grotesk en pijnlijk te moeten beweren, dat de
Christus boodschappen doorgeeft via jezelf. Ik besef dat dat heel moeilijk te aanvaarden is,
zolang we de Christus blijven zien volgens de traditionele opvattingen. Konden de mensen maar
het idee uit hun hoofd zetten van een Christus als een of andere geest aan de rechterhand van
God in de 'hemel'. Konden ze hem maar zien zoals hij werkelijk is: een bestaande, levende man
(al is het dan ook een goddelijke man), die de wereld nooit heeft verlaten; een man, die wel is
'afgedaald', maar niet vanuit de 'hemel', maar vanuit zijn oude verblijfplaats in de Himalaya,
met het doel om zijn taak af te maken waarmee hij in Palestina begon, een grote meester, een
adept, een yogi; de hoofdpersoon van het evangelie-verhaal, dat in essentie wel juist is, maar
een veel eenvoudiger betekenis heeft dan tot nu toe is weergegeven. Zou men die mogelijkheid
kunnen aanvaarden, dan wordt ook de bewering dat men telepathisch contact heeft met zo'n veel
nabijer en kenbaarder individu gemakkelijker te aanvaarden. Het onderzoek van de kwaliteit van
de boodschappen kan hier wellicht het overtuigende antwoord opleveren.
Velen zijn tot die overtuiging geraakt door hun waarneming van de energieën, die tijdens de overschaduwingen stromen. Een niet onaanzienlijk aantal van hen, die de bijeenkomsten bezoeken, zijn in mindere of meerdere mate helderziend en wat zij persoonlijk zien of voelen biedt vaak een doorslaggevend bewijs voor de waarde van mijn beweringen. Ook in Nederland heb ik dat van veel kanten mogen horen. Het moet me trouwens van het hart, dat in Nederland met opvallend grote belangstelling op de boodschap van de wederkomst van de Christus is gereageerd en dat ik er, bij enkele lezingen-toernee's, overwegend positieve reacties heb gekregen. Meer dan eens heb ik er (ten bewijze van mijn eerdere stelling dat dezelfde informatie ook vanuit de subtielere gebieden stroomt) van mensen gehoord, dat ze in hun hart allang wisten dat de Christus onder ons is.
Deze inleiding maakt misschien duidelijk waarom ik zelf zo stellig overtuigd ben van de wederverschijning van de meesters en van de Christus. Door mijn directe contact en mijn ervaringen is hun bestaan voor mij een vaststaand feit. Ik heb verschillende boeken geschreven in de hoop, dat de verstrekte informatie de lezer kan helpen bij het aanvaarden van deze werkelijkheid. De werkelijkheid, dat de Christus en zijn meesters van wijsheid nu in onze wereld zijn om ons het Watermantijdperk binnen te leiden.
Sinds de introductie op de voorgaande pagina's werd geschreven zijn er vele nieuwe ontwikkelingen geweest. Op 14 mei 1982 mocht ik tijdens een persconferentie in Los Angeles onthullen dat Maitreya in de Aziatische gemeenschap van Londen leeft en riep ik de media op Maitreya uit te nodigen om naar voren te treden. Helaas gingen de media daar niet op in. Niettemin heeft Maitreya de wereld van achter de schermen getransformeerd door krachtige kosmische energieën vrij te geven waarvan de historische veranderingen in de afgelopen jaren het gevolg zijn. De dreiging van een wereldoorlog is afgenomen door de gevolgen van de energieën die door hem zijn vrijgegeven. In augustus 1987 maakte ik bekend dat Maitreya in de komende drie tot vier maanden heel intensief zal werken om een doorbraak tot stand te brengen in de internationale verhoudingen. Minder dan een maand later, in september 1987, was die doorbraak een feit: na een aantal besprekingen tussen de Amerikanen en de Russen werd in december 1987 het salt-I kernwapenakkoord ondertekend door de presidenten Reagan en Gorbatsjow, een akkoord dat niemand voor mogelijk had gehouden.
De buitengewone gebeurtenissen en veranderingen in Oost-Europa, China, Zuid-Afrika, de roep om rechtvaardigheid, vrijheid en participatie zijn alle voortgekomen uit zijn stimulans. De ongewone klimatologische omstandigheden van de afgelopen jaren aardbevingen, orkanen, overstromingen begeleiden zijn terugkeer.
Deze rampen zijn het resultaat van de verkeerde gedachten en activiteiten van de mensheid. Het zijn geen onvermijdelijke natuurrampen; ze vinden plaats onder de Wet van oorzaak en gevolg, of karma. Door de chaotische en onevenwichtige omstandigheden die wij creeren in ons planetaire bestaan beinvloeden wij de natuur. Alle atomen in de schepping staan met elkaar in verbinding. Er bestaat geen scheiding. Als wij omstandigheden scheppen waarin, zoals nu, twee-derde van de wereldbevolking genoegen moet nemen met een kwart van de voedselopbrengsten en daardoor bij miljoenen tegelijk omkomt van honger, is rampspoed onvermijdelijk.
Miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden komen om van de honger, niet omdat er onvoldoende voedsel is, maar omdat de ontwikkelde wereld gulzig beslag legt op het grootste deel van het beschikbare voedsel en 83 procent van de energie- en andere hulpbronnen verspilt. Er is zelfs sprake van een voedseloverschot van 10 procent per hoofd, en toch sterven miljoenen mensen van de honger, omdat velen in de ontwikkelde wereld hebzuchtig, egoistisch en zelfvoldaan zijn.
Dat is wat Maitreya bovenal zorgen baart. Zoals hij in een van zijn boodschappen via mij heeft gezegd: "Hoe kan ik afzijdig blijven en deze slachting aanzien, mijn kinderen zien sterven?" En in een andere boodschap: "Het vergrijp van verdeeldheid moet uit deze wereld worden verdreven. Ik bevestig dat dit mijn doel is."
Hij is gekomen om de mensheid de noodzaak van samen delen te leren. "Samen delen", zegt hij, is goddelijk. Wanneer je deelt, herken je God in je broeder. Zonder samen delen kan er nooit rechtvaardigheid in de wereld zijn. Als er geen rechtvaardigheid is, kan er nooit vrede zijn. Als er geen vrede is, zal er geen wereld zijn, want we zijn nu in staat de planeet en elke levensstroom te vernietigen.
De volken moeten inzien dat we een mensheid zijn en dat het voedsel, de grondstoffen, de energie, de technologie en de onderwijsfaciliteiten van de wereld daarom iedereen toebehoren en met iedereen gedeeld moeten worden. De ontwikkelde wereld heeft niet het alleenrecht en als we blijven doen alsof we dat wel hebben, zullen we deze beschaving vernietigen omdat ze blind vaart op de werking van de vrije markt. Hebzucht is het produkt van het menselijk denken. Alleen de gewaarwording van het menselijk denken zal dit tot staan brengen, wanneer we inzien hoe destructief de gevolgen ervan zijn voor alle landen.
Gelukkig verwacht Maitreya dat de mensheid positief zal reageren op zijn advies en suggesties. Hij is er zeker van dat er geen derde wereldoorlog komt, dat de rampen die de wereld nu plagen niet zullen uitmonden in een wereldbrand. In tegendeel: wij staan op de drempel van een tijdperk van vrede en goede wil.
Mensen vragen mij altijd: "Wanneer zullen we hem zien?" Het antwoord is eenvoudig: wanneer we hem uitnodigen naar voren te treden in de wereld. Het naar buiten treden is een geleidelijk proces omdat Maitreya onze vrije wil volkomen respecteert. Naarmate ons besef van eenheid groeit, van zorg voor allen, verbetert het klimaat voor Maitreya's definitieve verschijning met de dag.
Maitreya werkt nu met mensen in alle delen van de wereld, ongeacht hun geloof, nationaliteit of ras, op alle sociale niveaus. Hij heeft op wonderbaarlijke wijze Aids-patiënten genezen en heeft mensen meegenomen in lichtschepen om wereldgebeurtenissen te laten zien voor ze plaatsvonden; hij creëert in verschillende delen van de wereld kruisen van licht in vensters die duizenden mensen aantrekken.
Op 11 juni 1988 verscheen hij onverwachts aan 6000 mensen op een gebedsbijeenkomst in Nairobi, Kenia. Hij werd onmiddellijk herkend als de Christus. Hij sprak enige tijd in accentloos Swahili en verdween toen even plotseling als hij verschenen was. Dit verhaal is met foto's die op dat moment van hem werden genomen, door verschillende media in de wereld gepubliceerd, waaronder CNN.
Sindsdien is Maitreya op dezelfde wonderbaarlijke wijze verschenen aan grote groepen hindoes, boeddhisten, moslims, joden en christenen over de hele wereld. Voorafgaand aan zijn wonderbaarlijke verschijning aan deze groepen van, meestal fundamentalistische, gelovigen laadt Maitreya een nabijgelegen waterbron op met genezende energie. Het water uit deze bronnen heeft naar verluidt diabetes, epilepsie, reuma, kanker en zelfs Aids genezen.
Enkele van deze geneeskrachtige bronnen (in Mexico, Duitsland en India) zijn ontdekt en worden nu door tienduizenden mensen bezocht. Te zijner tijd zullen soortgelijke manifestaties worden ontdekt in de omgeving van andere plaatsen waar Maitreya is verschenen.
Deze wonderen horen bij de tekenen van Maitreya's aanwezigheid. Met deze en andere wonderen wil Maitreya het klimaat van hoop en verwachting creeren waarin hij naar voren kan treden als de leraar voor de hele mensheid.
Sinds april 1988 heeft Maitreya, via een van zijn naaste medewerkers, leringen gegeven en voorspellingen gedaan van wereldgebeurtenissen die stuk voor stuk zijn uitgekomen. Hij wilde dat deze informatie op zo groot mogelijke schaal bekendgemaakt zou worden. Sinds juni 1988 werden zijn inzichten in het maandblad Share International gepubliceerd en grote delen ervan zijn doorgestuurd naar de media in de vorm van een reeks persberichten. Op deze manier is van Maitreya een schat aan informatie ontvangen over politieke, sociale en geestelijke aangelegenheden. De wereldgebeurtenissen bevestigden Maitreya's inzichten.
Al in 1988 voorzag hij de vrijlating van Nelson Mandela en het proces van ontspanning in Zuid-Afrika. Ook in 1988, toen voormalig premier Thatcher nog op het hoogtepunt van haar macht stond, zei Maitreya dat 'het rad van fortuin' zich tegen haar had gekeerd en dat zij zou aftreden. In hetzelfde jaar verklaarde hij dat regeringen overal rekening moesten houden met de 'stem van het volk', waarvan Oost-Europa wel het meest indrukwekkende bewijs was. Verder voorspelde Maitreya weken of maanden tevoren het staakt-het-vuren in de oorlog tussen Iran en Irak, de terugtrekking van buitenlandse troepen uit Angola, de toenadering tussen guerrilla-legers en nationale regeringen wereldwijd, de aardbeving in Armenie in 1988 en die in Californie en China in 1989, de binnenlandse problemen in de Sowjet-Unie, en de totstandkoming van vrede in Libanon. Ook voorspelde hij dat in 1992 een Democraat gekozen zou worden als president van de Verenigde Staten, alsmede de positieve ontwikkelingen in de betrekkingen tussen Israel en de Palestijnen.
Een belangrijke gebeurtenis die we volgens Maitreya in de nabije toekomst kunnen verwachten en die hij reeds in 1988 aankondigde: een internationale beurskrach die zal beginnen in Japan.
In zijn geestelijke leringen legt Maitreya voortdurend de nadruk op het belang van zelfrespect, gewaarwording en onthechting. "Zelfrespect is het zaad van gewaarwording", zegt hij. "Zonder onthechting is er geen verlossing." Zijn voorspellingen van wereldgebeurtenissen zijn gebaseerd op de Wet van oorzaak en gevolg, of karma: Natuurrampen houden verband met de activiteiten van de mens. Door te begrijpen dat we leven in een wereld van oorzaak en gevolg ontstaat Zelf-bewustzijn. Ofschoon bepaalde rampen onvermijdelijk zijn, zal de nieuwe energie van evenwicht vrede brengen.
De hoop is dat op korte termijn een internationale persconferentie plaatsvindt, waarop Maitreya zijn ware hoedanigheid zal bekendmaken. Dit zal leiden tot Verklaringsdag, de dag waarop hij via een satellietverbinding over de hele wereld op radio en televisie te beluisteren en te zien zal zijn. Op die dag zal Maitreya de hele mensheid tegelijk overschaduwen. Iedereen zal zijn woorden innerlijk horen, ieder in zijn eigen taal. Deze telepathische communicatie zal iedereen bereiken, ook degenen die niet luisteren of kijken, en in de hele wereld zullen honderdduizenden wonderbaarlijke genezingen plaatsvinden. Op die dag zal er geen twijfel meer bestaan dat Maitreya de Christus is, de Imam Mahdi, Maitreya Boeddha, de Kalki-avatar: de wereldleraar. Dan zal zijn wereldwijde missie openlijk begonnen zijn."